BRMO (bijzonder resistente micro-organismen)
MRSA, MRGNS, CPE, ESBL, VRE, Candida auris, buitenlandscreening
Verwekker/klinisch beeld
BRMO (bijzonder resistente micro-organismen)
Algemene informatie
De incidentie en prevalentie van multi-resistente micro-organismen nemen wereldwijd maar ook in Nederland toe. De consequentie is dat er vaker uitgeweken moet worden naar reservemiddelen waartegen nu ook in toenemende mate resistentie dreigt te ontstaan.
Verschillende soorten bacteriën met een bepaald resistentiepatroon of resistentiemechanisme worden aangeduid als BRMO. Bekende BRMO zijn:
- MRSA(meticilline resistente Staphylococcus aureus)
- MRGNS (multiresistente Gram-negatieve staven)waaronder ESBL (extended spectrum beta-lactamase) en CPE (carbapenemase producerende Enterobacterales)
- VRE(vancomycine resistente Enterococcus faecium)
- Sinds 2024 de gist Candida auris, onafhankelijk van het resistentieprofiel
Voor patiënten met een verhoogd risico op BRMO-dragerschap is screening nodig bij opname in een zorginstelling en, afhankelijk van de lokale protocollen, ook bij andere zorgcontacten. Na verblijf in een buitenlandse zorginstelling vindt actieve screening plaats naar alle bovengenoemde BRMO’s. Asielzoekers worden gescreend op MRSA en MRGNS. Daarnaast zijn er andere risicogroepen die bijvoorbeeld op MRSA worden gescreend.
Zie voor meer informatie de LCI richtlijn BRMO en de LCI richtlijn Staphylococcus aureus infecties inclusief MRSA. In zorginstellingen gelden de protocollen van de afdeling infectiepreventie, gebaseerd op de SRI-richtlijnen BRMO en MRSA.
Diagnostiek
Neem materialen af en vraag aan conform onderstaand tabel (let op: tabel kan horizontaal worden gescrold).
Vermeld op de aanvraag de reden van screening (opname in buitenlands ziekenhuis, asielzoeker, bekend positief, contactonderzoek, enz.). Bij bekend positieven en contactonderzoek graag vermelden naar welke bacterie wordt gezocht.
Vermeld verder op de aanvraag of en zo ja, welke antibiotica een patiënt de 48 uur voor kweekafname gebruikt heeft. Dit kan namelijk het resultaat van de screening negatief beïnvloeden.
1 Eventueel andere insteekopeningen bij kunstmateriaal.
2 Voor medewerkers volstaat meestal een gecombineerde neus/keel-uitstrijk. Zie hiervoor de protocollen in uw instelling.
3 In de 2e lijn wordt in bepaalde situaties (zie het MRSA-protocol in uw instelling) een MRSA-sneltest middels PCR gedaan. De sensitiviteit hiervan is iets lager dan de kweek en daarom wordt naast een PCR ook altijd een kweek ingezet.
Voor (zelf)afname-instructies zie Instructies en beslisbomen. Het is bij het insturen van de kweken essentieel dat de afnamelocatie van elke uitstrijk duidelijk is.
| afnamemateriaal | uitstrijk (neus, keel, rectum, oksel, lies eventuele wonden/huidafwijkingen), urine, sputum (conform bovenstaand schema) |
| bewaarconditie na afname | koelkast (2-8 °C) |
| inzetfrequentie | dagelijks |
| duur onderzoek | MRSA, MRGNS: 3 dagen VRE: 2-7 dagen Candida auris: 6 dagen |
| opmerking | MRSA-sneltesten worden conform de lokale afspraken in uw instelling ingezet. Voor VRE wordt voorgescreend middels PCR. Indien negatief wordt geen kweek ingezet. Deze PCR wordt niet in het weekend verricht. |